Onzekerheid over fiscale behandeling auteursrechten blijft aanhouden

19 april 2017 Onzekerheid over fiscale behandeling auteursrechten blijft aanhouden

 

Recent velde een rechter in Gent een belangrijk vonnis inzake de fiscale behandeling van overdracht van auteursrechten. In dit geval betrof het de vergoeding die een advocaat verkreeg voor de overdracht van adviezen aan een bvba waarvoor hij werkt. Ondanks dat dergelijke werkwijze meer en meer voorkomt, blijkt door dit vonnis dat steeds goed opgelet moet worden bij de toekenning van vergoeding voor auteursrechten. Volgens het vonnis kwalificeren adviezen geschreven door een advocaat niet als auteursrechtelijk beschermde werken, en kunnen ze dus ook niet genieten van het fiscaal voordelig stelsel inzake auteursrechten.

 

Waarover gaat het?

Auteursrechtelijk beschermde werken zijn werken die het resultaat zijn van een creatief en origineel idee, uitgedrukt in een concrete vorm, publiek gemaakt en uitdrukking gevend aan de persoonlijkheid van de ontwerper. Dit kan middels een letterkundig werk of schilderij, maar het kan ook gaan om beeldhouwwerken of muziekstukken.

 

In de voorliggende zaak was tussen de advocaat en de bvba overeengekomen dat de vergoeding die hij kreeg voor de overdracht van zijn adviezen aan de advocatenvennootschap, voor 10% bestaat uit vergoedingen voor auteursrechtelijk beschermde werken. Dergelijke vergoedingen zijn slechts belastbaar aan 15% roerende voorheffing (met bepaalde voorwaarden), in plaats van aan de hogere tarieven inzake inkomstenbelasting.

 

De discussie

De fiscus stelde deze werkwijze echter in vraag, omdat zij van mening is dat adviezen en conclusies geen “originele en creatieve” werken zijn en dus niet als auteursrechtelijke werken beschermd kunnen worden. Bijgevolg taxeerde zij deze inkomsten als gewone beroepsinkomsten.

 

De rechtbank ging hier gedeeltelijk in mee. Zij oordeelde dat er geen sprake is van originaliteit in het geval technische overwegingen, regels of beperkingen geen ruimte laten voor creatieve vrijheid, en dat indien er enige twijfel bestaat over de originaliteit van het werk, er geen sprake kan zijn van auteursrechtelijke bescherming. Volgens de rechter voldeden de meeste van de door de advocaat gecreëerde geschriften niet aan de originaliteitsvoorwaarde en kon er derhalve geen sprake zijn van auteursrechtelijke bescherming.

Door de belastingplichtige werd er geen bewijs geleverd van het tegenovergestelde, waardoor de rechter in deze zaak het standpunt van de fiscus volgt. Indien de belastingplichtige had kunnen bewijzen dat (een deel van) de werken voldeden aan de eisen van auteursrechtelijke bescherming, was het vonnis mogelijk anders geweest.

 

Standpunt minister

In het verleden is in een antwoord op een parlementaire vraag door de minister geponeerd dat een advies van een advocaat een typevoorbeeld is van een geschrift dat nooit in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming. De reden hiervoor is dat een advies niet publiek gemaakt wordt. De bedenking kan gemaakt worden dat deze redenering in dit geval niet op gaat, omdat de kans bestaat dat de adviezen door de bvba bekend gemaakt zullen worden aan meerdere leden van het publiek, bijvoorbeeld bij vergelijkbare rechtszaken, of wanneer het gaat om modelovereenkomsten. Dit is ook een redenering die niet expliciet door de rechter wordt uitgesloten.

 

Rulings    

Daarnaast zijn er diverse positieve rulings die oordelen dat de vergoedingen die architecten van architectenvennootschappen krijgen voor hun creaties, die eveneens aan regels en voorschriften gebonden zijn, door de beugel kunnen.

 

Uiteindelijk moet, zoals de Gentse rechter terecht opmerkte “de fiscale kwalificatie van inkomsten uit auteursrechten geval per geval worden onderzocht aan de hand van de juridische en feitelijke omstandigheden.”

 

Volgens ons is de enige manier om hier echt zekerheid over te verkrijgen, het aanvragen van een ruling, waarbij men zeker moet zorgen voor voldoende bewijs van de auteursrechtelijke kwalificatie van het werk.