Vanaf 1 juli 2019 krijgen zelfstandigen, die minstens acht dagen ziek zijn, een ziekte-uitkering vanaf de eerste dag.

22 okt Vanaf 1 juli 2019 krijgen zelfstandigen, die minstens acht dagen ziek zijn, een ziekte-uitkering vanaf de eerste dag.

Zelfstandigen die minstens acht dagen niet kunnen werken, wegens een ziekte of een ongeval, kunnen voortaan vanaf de eerste dag een ziekte-uitkering krijgen. Tot juni 2019 was er voor zelfstandigen een zogenaamde carensperiode van veertien dagen. In deze eerste periode kreeg de zieke zelfstandige geen ziekte-uitkering.

Vanaf 1 juli werd deze carensperiode afgeschaft bij een arbeidsongeschiktheid van meer dan zeven dagen. Hierdoor krijgt een zelfstandige, die door ziekte of ongeval minstens acht dagen buiten strijd is, vanaf de eerste dag een ziekte-uitkering.
Een zelfstandige die 1 tot 7 dagen ziek is ontvangt geen ziekte-uitkering.

De ziekte-uitkering voor zelfstandigen is een vast dagbedrag, dat varieert in functie van de gezinssituatie.
U ontvangt het vast dagbedrag vanaf de dag waarop het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid door de arts wordt opgesteld en ondertekend. De dagen voorafgaand aan het opstellen en ondertekenen van dit getuigschrift worden niet vergoed.

De huidige bedragen zijn:

60,86 euro per dag: met gezinslast
48,71 euro per dag: alleenstaande
37,35 euro per dag: samenwonende

De uitkering vraagt u aan bij uw ziekenfonds.
Nadat het getuigschrift werd ingevuld en ondertekend door u en door de arts, moet u het binnen de 7 kalenderdagen aan uw ziekenfonds bezorgen. Een laattijdige aangifte kan ertoe leiden dat u een deel van uw uitkering verliest.