Vlaamse regering belast echtgenoten zwaarder in de erfbelasting

28 februari 2018 Vlaamse regering belast echtgenoten zwaarder in de erfbelasting

Een belangrijke bekommernis van echtgenoten is de bescherming van elkaar bij overlijden. Om ervoor te zorgen dat de langstlevende onder hen niet in de kou blijft staan, zijn er verschillende technieken, zoals de schenking of een testament. Een van de zekerste manieren is het echter huwelijkscontract. Dit kan namelijk niet zomaar eenzijdig gewijzigd worden, en kan ook interessante fiscale gevolgen met zich mee brengen.
Het probleem van bescherming van elkaar is minder groot bij echtgenoten die getrouwd zijn onder het wettelijk stelsel of het stelsel van algehele gemeenschap, omdat de echtgenoten meestal een grote gemeenschappelijke spaarpot opgebouwd hebben, namelijk het gemeenschappelijk vermogen.

Indien men echter gehuwd is met scheiding van goederen, heeft elke echtgenoot zijn eigen vermogen. Er is dus geen gemeenschappelijk vermogen dat gezamenlijk opgebouwd wordt. Een oplossing die in de praktijk veel gebruikt wordt is het werken met een verrekenbeding. Hiermee verkrijgt de economisch zwakkere echtgeno(o)t(e) een vordering op de nalatenschap van de voor overleden economisch sterkere echtgeno(o)t(e). Het bedrag van die vordering wordt bovendien in het passief van de nalatenschap van de voor overleden echtgeno(o)t(e) opgenomen, waardoor het netto-actief van diens nalatenschap fors vermindert. Het is op dit actief dat de te betalen erfbelasting berekend wordt. Door de aanrekening van de vordering daalt het actief, en dus ook de te betalen erfbelasting. De geldigheid van dergelijke bedingen, en meer bepaald de aftrekbaarheid ervan, is uiteindelijk erkend in een arrest van 24 maart 2017 van het Grondwettelijk Hof.

Het spreekt voor zich dat dit niet naar de zin was van de Vlaamse Belastingdienst en de Vlaamse Regering. Op 6 december 2017 heeft de Vlaamse regering een ontwerp van decreet ingediend in het Vlaams parlement om dergelijke overgangen van vermogen toch te belasten in de erfbelasting. Meer bepaald zal de vordering niet meer aftrekbaar zijn in de nalatenschap.

Kritiek

Dergelijke bedingen zijn vaak ingegeven vanuit het oogpunt van solidariteit tussen echtgenoten. Vaak zijn zij gehuwd met scheiding van goederen om redenen die los staan van deze solidariteit, zoals het feit dat een van hen een eigen onderneming heeft. Het feit dat een eerlijke verdeling tussen twee echtgenoten die gehuwd zijn met scheiding van goederen, waarvan het effect hetzelfde is als bij echtgenoten gehuwd met een gemeenschapsstelsel, fiscaal niet meer aanvaard wordt, wordt volgens menigeen bestempeld als discriminatie. De vraag is dan ook wat een eventuele gang naar het Grondwettelijk Hof op zal leveren.
Daarnaast heeft ligt er een nieuw huwelijksvermogensrecht op de plank in het federaal parlement, met een nieuw soort huwelijksvermogen, namelijk een afgezwakte versie van het stelsel van scheiding van goederen. De vraag is in welke mate het nieuwe decreet daarop invloed heeft.
Een optie is om een gemeenschappelijk vermogen toe te voegen aan het huwelijksstelsel, waarin de echtgenoten bepalen hoeveel zij daarin inbrengen van goederen of besparingen ten tijde van het huwelijk.