Mobilisatie van vrijgestelde reserves

12 mei Mobilisatie van vrijgestelde reserves

Er wordt voor de aanslagjaren 2021 en 2022 voorzien in een mogelijkheid tot vrijwillige belasting van bepaalde vrijgestelde reserves welke verbonden zijn aan een belastbaar tijdperk dat afsluit voor 01/01/2017.

Indien de vennootschap het opgenomen bedrag investeert in:

  • Materiële vaste activa andere dan vermeld in artikel 75, 5° WIB92 (bijvoorbeeld personenauto’s)
  • Die afschrijfbaar zijn, en
  • Niet als herbelegging worden aangemerkt voor gespreide belasting meerwaarden, vrijstelling meerwaarden op bedrijfsvoertuigen en dergelijke;

Wordt het te betalen tarief verlaagd van 15% naar 10%.

De bewuste vrijgestelde reserves zullen niet verminderd kunnen worden met fiscale aftrekken, noch kan de belasting verminderd worden met de verrekening van voorheffingen, belastingkredieten of het FBB, waardoor het tarief van 15 of 10% steeds zal worden toegepast.

De betrokken belasting is onderworpen aan het stelsel van voorafbetaling.

De volgende vrijgestelde reserves komen evenwel niet in aanmerking:

  • uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarden of de als zodanig aangemerkte meerwaarden;
  • deze verbonden aan gespreid te belasten meerwaarden;
  • deze verbonden aan de vrijgestelde meerwaarden op bedrijfsvoertuigen (art. 44bis WIB92);
  • deze verbonden aan de vrijgestelde meerwaarden op binnenschepen voor de commerciële vaart;
  • deze verbonden aan de vrijgestelde meerwaarde op zeeschepen ;
  • deze in het kader van het tax shelter-stelsel voor audiovisuele werken en podiumkunsten;
  • waardeverminderingen op handelsvorderingen en voorzieningen