Grondige hervorming vennootschapsbelasting: welke impact mag u verwachten op uw onderneming?

05 september 2017 Grondige hervorming vennootschapsbelasting: welke impact mag u verwachten op uw onderneming?

De federale regering heeft op 25 juli een akkoord bereikt over een aantal sociaal-economische en fiscale maatregelen. Eén van de belangrijke pijlers is de langverwachte grondige hervorming van de vennootschapsbelasting. Daarnaast zijn er ook een aantal wijzigingen in de personenbelasting overeengekomen. De bedoeling van deze hervorming is de vennootschapsbelasting minder complex te maken. Daarnaast wordt voorzien in lagere tarieven. Ondanks deze verlaging kan de flankerende afschaffing of inperking van een aantal fiscale aftrekposten toch resulteren in een verbreding van de belastbare winstbasis, en dus in een hogere belasting aanslag.

In dit artikel berichten wij u over de belangrijkste wijzigingen inzake de vennootschapsbelasting. Wij wensen u er extra op te wijzen dat de meerwaardebelasting op korte termijn een grote impact kan hebben.

Verlaagd tarief vennootschapsbelasting

Het huidige tarief van 33% zal vanaf 2018 verlaagd worden naar 29% en naar 25% in 2020. De aanvullende crisisbijdrage zal in stappen verlagen van 3% via 2% in 2018 naar 0% in 2020. Gezien de nog lagere vennootschapsbelasting in de meeste landen, is het nog maar de vraag of deze maatregel aantrekkelijk genoeg is voor buitenlandse investeerders.

Verlaging van fiscale druk voor KMO-vennootschappen

Voor KMO-vennootschappen wordt in een verlaagd tarief van 20% voorzien vanaf 2018. Het tarief is van toepassing op een eerste schrijf van 100.000 euro.

Om in aanmerking te komen voor dit verlaagd tarief, zal de KMO voortaan evenwel een minimale bezoldiging van minstens 45.000 EUR moeten toekennen aan de bedrijfsleider (natuurlijke persoon), of minstens gelijk aan het belastbaar resultaat indien dit lager zou bedragen. Indien dit niet gebeurt, wordt in een bijzondere aanslag voorzien van 10% voor het bedrag dat te weinig is uitgekeerd. Deze 10% zou fiscaal aftrekbaar zijn. Er is in dit geval sprake van een dubbele sanctie, namelijk verlies van het tarief van 20% en een boete van 10% op de € 45.000. Startups worden de eerste vier jaar van hun bestaan gevrijwaard van deze sancties.

De investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen wordt verhoogd van 8% naar 20%.

Ook de Fairness taks wordt aangepast of afgeschaft.

Schematisch ziet de tariefverlaging er als volgt uit:

nu 2018 2020
Gewoon tarief 33% (33,99%) 29% (29,58%) 25%
Kmo’s (eerste € 100.000) 20% (20,4%) 20%
Crisisbijdrage 3% 2% 0%

 

Meerwaardebelasting op aandelen niet langer vrijgesteld

Dit is een maatregel die grote impact kan hebben. Vanaf 2018 zullen meerwaarden op aandelen immers – in tegenstelling tot wat vandaag het geval is – belast worden in de vennootschapsbelasting. Er zal echter een vrijstelling gelden voor aandelen die minstens voor een jaar aangehouden worden, en die minimaal een participatie van 10% of van € 2.500.000 vertegenwoordigen. Dit zijn de zogenoemde DBI-voorwaarden.

Meerwaarden op andere aandelen en fondsen die aangehouden worden als belegging zullen vanaf 2018 m.a.w. steeds worden belast in de vennootschapsbelasting. Wij raden aan u hiermee rekening te houden en de beleggingspolitiek van uw vennootschap tegen het licht te houden. Elke winst die u immers maakt op de verkoop van degelijke beleggingen zal worden belast in de vennootschapsbelasting (behoudens kwalificerende deelnemingen).

De 0,412% belasting op de meerwaarde bij de verkoop van aandelen door grote vennootschappen wordt afgeschaft.

Budgetneutraal

Omdat de hervorming budgetneutraal dient te zijn, wordt de tariefverlaging gecompenseerd door een vermindering en beperking van het aantal aftrekposten en een verhoging van de sancties bij niet-naleving van de fiscale regels.

Zo worden de volgende zaken gewijzigd:

  1. De notionele interestaftrek wordt vanaf 2018 aangepast en beperkt. Enkel bijkomend kapitaal zou nog in aanmerking komen voor de berekeningsbasis van de notionele interestaftrek.
  2. Voor ondernemingen die een winst realiseren van meer dan 1 miljoen euro, zullen een aantal aftrekposten zoals overgedragen fiscale verliezen, DBI-aftrek, notionele interestaftrek jaarlijks worden beperkt. 30 procent van de winst boven de 1 miljoen zal steeds een minimum belastbare winst uitmaken. Berekend men dit aan een tarief van 25% (vanaf 2020) zou dit bijgevolg een minimale effectieve belastingdruk van 7,5% uitmaken op het stuk boven de 1 miljoen Euro. Er zou in een uitzondering worden voorzien voor startups gedurende de eerste vier boekjaren.
  3. De investeringsreserve dooft verder uit.
  4. Roerende voorheffing op kapitaalverminderingen. Kapitaalverminderingen zullen voortaan moeilijker volledig belastingvrij gebeuren doordat de aanrekening pro rata moet gebeuren op gestort kapitaal (hetgeen de oprichter(s) zelf in de vennootschap hebben gestoken) en (in kapitaal geïncorporeerde) belaste reserves. De mogelijkheid om de vermindering bij voorrang aan te rekenen op gestort kapitaal vervalt. Reserves die in het kapitaal opgenomen zijn via de ‘vastklikregeling’ van artikel 537 WIB 92, blijven wel buiten schot.
  5. Bijkomende drempel voor het aanleggen van voorzieningen voor risico’s en kosten. In plaats van de huidige voorwaarde waarbij “een nauwkeurig geraamde kost die zich naar alle waarschijnlijkheid zal voordoen” volstaat om een reserve aan te kunnen leggen, is het nodig dat er sprake is van een vaststaande verplichting.

 

Aanpassing sancties en interesttarieven.

Naast de bovenstaande wijzigingen, worden zoals gezegd ook de sancties zwaarder. De forfaitaire minimumwinst die wordt bepaald bij niet-of te late aangifte klimt van € 19 000 naar € 40 000. Door de daling van het tarief stijgt de effectieve sanctie nochtans minder dan het lijkt.

Daarnaast zal er effectief belasting betaald moet worden op een belastingsupplement dat gevestigd wordt naar aanleiding van een controle, en mogen bepaalde aftrekposten (zoals overgedragen verliezen, notionele interestaftrek, enz.) niet meer afgetrokken worden van dergelijke supplementen.

Voorts wordt de basisrentevoet voor voorafbetalingen verhoogd van 1 % naar 3 %. Ook de moratorium- en nalatigheidsinteresten hervormd worden. De vaste rentevoet van 7 % wordt geschrapt en het tarief wordt nu gekoppeld aan de OLO-rente, met een minimum van 2 % voor moratoriuminteresten die de fiscus moet betalen. Nalatigheidsinteresten, te betalen door de belastingplichtige, zullen steeds 2 % hoger liggen dan de moratoriuminterest. Het zal dus minder opleveren om te veel vooraf te betalen.

Stimulans voor innovatie

Naast de reeds eerder dit jaar geïntroduceerde aftrek voor innovatie-inkomsten, komt er een gefaseerde uitbreiding van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk personeel. Deze vrijstelling wordt uitgebreid tot houders van een diploma hoger onderwijs. Op vandaag komen enkel master diploma’s in aanmerking.

Verschillende stappen

In 2020 worden er nog meer aanpassingen verwacht, zoals de beperkingen van de intrestaftrek, wijzigingen van de afschrijfregels, en zijn er eveneens aanpassingen in de personenbelasting, bijvoorbeeld inzake de spaarfiscaliteit, voorgesteld.

Van belang voor grotere ondernemingsgroepen is dat er op dat tijdstip een fiscale consolidatie ingevoerd wordt, zoals dat reeds bestaat op vennootschapsrechtelijk vlak.

Voorzichtigheid geboden

Gezien bovenstaande plannen slechts voorstellen zijn van de regering, en nog niet gestemd zijn als wet, is het niet zeker wanneer en in welke vorm deze plannen wet zullen worden. Ook kunnen de gewijzigde regels grote invloed hebben op het te voeren beleid van uw onderneming. Zo kan het interessant zijn om bepaalde investeringen uit te stellen tot volgend jaar. Gezien wij deze materie op de voet volgen, raden wij u aan om, wanneer u van plan bent belangrijke beslissingen te nemen, zeker niet te aarzelen ons hiervoor te contacteren.