Sinds 1 januari 2020: Gewijzigde afschrijvingsregels voor vennootschappen

10 mrt Sinds 1 januari 2020: Gewijzigde afschrijvingsregels voor vennootschappen

Elke investering wordt steeds gespreid over de levensduur ervan. Tot en met 31 december 2019 kon elke investering van een kleine vennootschap worden afgeschreven voor het volledige jaar waarin het werd verricht. Ook al werd de investering op het einde van het jaar gedaan, de aankoop was voor heel dat jaar afschrijfbaar.

Sinds 1 januari 2020 geldt er evenwel een volledig nieuwe regel, met name de verplichte pro rata afschrijvingen. Daarnaast werd de mogelijkheid tot degressief afschrijven afgeschaft. Vanaf 01.01.2020 kan aldus enkel lineair worden afgeschreven.

Wat wil dit nu zeggen?

Sinds 1 januari 2020 is de datum van investering wel van belang. Men kan op het einde van het jaar de betrokken investering niet meer aan een volledig jaar toekennen. De investering kan enkel nog worden afgeschreven pro rata de resterende periode van het jaar en dit op dagbasis. Bijvoorbeeld, een investering gedaan op 30 december, kan slechts worden afgeschreven voor 2 dagen van dit jaar.

Het gevolg van deze nieuwe regels is dat de afschrijvingskosten in de eerste jaren van de investering kleiner zijn dan vroeger, maar het totaal aan afschrijvingskosten over de verschillende jaren die in het resultaat worden opgenomen, blijft uiteraard hetzelfde.

Geldt dit voor iedereen?

Neen, de eenmanszaken kunnen nog steeds gebruikmaken van de ‘oude’ afschrijvingsregels.

Tot slot, afschrijvingen op bijkomende kosten

Sinds 1 januari 2020, mogen kmo’s de bijkomende kosten van investeringen bovendien niet meer afschrijven tegen een zelf gekozen afschrijvingsritme. De bijkomende kosten moeten ofwel worden afgeschreven tegen hetzelfde ritme als de investering zelf, ofwel dienen deze kosten in één keer te worden afgeschreven in het jaar van de investering.