Afrondingen naar de hogere of lagere 5 eurocent en de invloed op de verschuldigde btw

14 april 2016 Afrondingen naar de hogere of lagere 5 eurocent en de invloed op de verschuldigde btw

Om het gebruik van de muntstukken van 1 en 2 eurocent te verminderen, mogen sinds 1 oktober 2014 handelaars en vrije beroepen het te betalen bedrag bij cashbetalingen afronden naar de hogere of lagere 5 eurocent. Sinds 8 januari 2016 is deze regeling ook van toepassing bij elektronische betalingen.

Bedragen die eindigen op 1, 2, 6 of 7 eurocent worden naar een lager veelvoud van 5 afgerond. Bedragen die eindigen op 3, 4, 8 of 9 eurocent worden naar een hoger veelvoud van 5 afgerond.

De afrondingen mogen gebeuren mits naleving van volgende voorwaarden:

  • De betaling gebeurt in de fysieke aanwezigheid van de klant;
  • Alleen het totaalbedrag wordt afgerond (niet de prijs van elk artikel afzonderlijk);
  • Het kasticket of het bewijsstuk vermeldt het niet-afgeronde én het afgeronde totaalbedrag;
  • De afronding moet worden toegepast bij alle betaalmiddelen;
  • Het daartoe bestemde pictogram moet goed zichtbaar opgehangen worden.

Er moet rekening gehouden worden met deze afronding voor de berekening van de verschuldigde btw. Indien het bedrag naar boven afgerond werd, is er ook op het bijkomend bedrag btw verschuldigd. Op het bedrag waarmee naar beneden afgerond wordt, is er geen btw verschuldigd.

Wanneer de klant goederen aankoopt die aan verschillende btw-tarieven onderworpen zijn, ontstaat hierdoor wel een buitensporige administratieve last, aangezien de btw die in het afrondingsverschil begrepen is, berekend moet worden in functie van de verschillende tarieven die op de totale verkoop van toepassing zijn.

Voorbeeld: Een klant koopt een goed A, onderworpen aan het btw-tarief van 6% voor € 10,04 (= 9,47 + 0,57 BTW) en een goed B, onderworpen aan het btw-tarief van 21% voor € 12,03 (= 9,94 + 2,09 BTW). De handelaar heeft ervoor gekozen de regels van de symmetrische afronding toe te passen. Het totaal bedrag van € 22,07 wordt bijgevolg afgerond naar € 22,05. De € 0,02 zou bijgevolg pro rata verdeed moeten worden over beide tarieven om vervolgens de erin begrepen btw te kunnen berekenen.

Tolerantie
Om hieraan tegemoet te komen, werd bij een recente beslissing een administratieve vereenvoudiging ingevoerd. De btw mag berekend  worden per tariefgroep voorafgaand aan de afronding. M.a.w. de btw mag berekend worden alsof er geen afronding gebeurd is. Deze regeling is echter enkel mogelijk mits naleving van volgende voorwaarden:

  • Deze werkwijze moet systematisch toegepast worden voor alle te betalen totaalbedragen;
  • De maatstaf van heffing vóór de afronding en de verschuldigde btw per tariefgroep moet opgenomen worden in de periodieke aangifte;
  • Per handeling dient een verantwoordingstuk opgemaakt te worden (kassaticket, btw-bonnetje, factuur…) dat zowel het totale bedrag als het afgeronde bedrag vermeldt.

De keuze om deze werkwijze toe te passen is definitief.

Voor handelingen die opgenomen worden in een dagboek van ontvangsten en waarvoor dus geen individueel verantwoordingstuk wordt opgemaakt, kan deze tolerantie niet toegepast worden. In dit geval dient de btw toch berekend te worden aan de hand van de werkelijk van de klant gevorderde bedragen na afronding.